Om je woning optimaal te isoleren, is de kwaliteit van het isolatiemateriaal cruciaal. 
De R-waarde (=thermische weerstand) is daarbij alvast een eerste referentie. Die geeft aan hoe goed de isolatie zich verzet tegen het transport van warmte. Hoe beter de isolatie, hoe hoger de R-waarde.
De lambda-waarde? Dat is een warmtegeleidingscoëfficiënt die aangeeft hoeveel warmte het isolatiemateriaal geleidt. Een isolatiemateriaal met een lage lambda-waarde isoleert beter dan een materiaal met een hogere lambda-waarde.
De U-waarde drukt de hoeveelheid warmte uit die per seconde, per vierkante meter en per graad temperatuurverschil tussen de ene en de andere zijde van een wand(constructie) wordt doorgelaten. Hoe lager de U-waarde, hoe beter.
Het E-peil houdt rekening met de compactheid van het gebouw, de isolatie, de luchtdichtheid, de energieproductie, het type ventilatie, bescherming tegen zon, enz. Hoe lager deze waarde, hoe beter de score.
Het K-peil geeft een beeld van de globale warmte-isolatie van je woning. Hoe lager het K-peil, hoe hoger het isolatieniveau. Ze wordt berekend aan de hand van de isolatiewaarde van de verschillende onderdelen van een woning. Ook de compactheid van het gebouw speelt een rol. 
Sinds januari 2018 werd het K-peil in Vlaanderen vervangen door het S-peil (schilpeil). Het ’S-Peil’ is een indicator die alle energetische kwaliteiten van de gebouwschil, zowel de winsten als de verliezen, gelijkwaardig evalueert ten opzichte van de vormefficiëntie. Het S-peil bepaalt hoeveel energie de wooneenheid zal nodig hebben om de temperatuur van de woning op peil te houden. Hoe minder energie nodig is en hoe efficiënter de vorm, hoe lager het S-peil. Het S-peil geldt per wooneenheid.
Back to FAQ list